donderdag 20 september 2012

Lezing Vrijdenkersruimte door Rogier Verkroost

Afgelopen zaterdag opende de Vrijdenkersruimte in het Van Abbemuseum. Ons raadslid Rogier Verkroost hield daarbij de volgende lezing:

Toen ik een jaar geleden in de trein zat en het toen nog bestaande dagblad “De Pers” opensloeg las ik dat de Vrijdenkersruimte gesloten was en deze in het depot van het Van Abbemuseum stond. Ik raakte daardoor getriggerd: “Hee, daar kan ik in de raad wat mee!” schoot direct door mijn gedachten. Waarom zouden we als Eindhovense politiek, verantwoordelijk voor het Van Abbemuseum, die ruimte niet een nieuwe plek kunnen geven? Lokale overheden vangen wel vaker zaken op die landelijk niet geregeld worden. Maar dat ik een jaar later hier zou staan kon ik toen nog niet vermoeden.

Eigenlijk had ik er niet zoveel mee in 2008. Ik zag de Vrijdenkersruimte als een zoveelste populistisch project om een slachtofferrol mee te kunnen aanmeten. Vrij denken, heb je daar nu echt een speciaal daarvoor ingerichte ruimte voor nodig? Desondanks groeide het uit tot een unieke verzameling kunst en uitingen van populaire cultuur. Een stuk geschiedenis dat hoort bij een tijdsgeest. Toen de Vrijdenkersruimte gesloten werd vond ik dan ook dat deze verzameling bewaard zou moeten blijven. Het is niet mijn kind, maar als het verweesd raakt moet het opgevangen worden. Het is immers uniek dat een ruimte wordt ingericht met omstreden cultuuruitingen zonder dat er partij wordt gekozen, ook al is deze door de PVV en VVD in beginsel niet zo bedoeld. Er wordt slechts partij gekozen tegen het censureren hiervan. Zodoende stelde ik vragen in de raad of we als eigenaar van het Van Abbemuseum deze verzameling geen onderdak konden geven. Ook Jesse Klaver heeft dit gevraagd, zonder dat we dit van elkaar wisten. En om een lang verhaal kort te maken. Door de inzet van beeldend kunstenaar Jonas Staal, conservator Christiane Berndes en curator Nick Aikens is de Vrijdenkersruimte weer te bezichtigen. En niet alleen dat: Jesse en ik werden in de gelegenheid gesteld de ruimte aan te vullen naar eigen inzicht.

Dat was nog niet eenvoudig. Mijn kennis van beeldende kunst is om eerlijk te zijn beperkt. Bovendien wilde ik voorkomen dat de dingen die ik zou toevoegen alleen maar meer van hetzelfde zouden zijn. Nog meer uitingen van de extreme politieke stromingen in ons land, die momenteel de bekendste stukken in de Vrijdenkersruimte zijn, voegen naar mijn idee weinig meer toe aan de verzameling. En censuur is veel breder dan dat. Maar al snel kreeg ik een idee. Tot kunst behoort tevens de populaire cultuur van film, boeken, muziek en ook games. En de populaire cultuur is in zijn geschiedenis meerdere malen met pogingen tot censuur geconfronteerd. Daarom is het thema van mijn ruimte “zonder rafelrand geen populaire cultuur”. Met de rafelrand bedoel ik de grenzen van maatschappelijke acceptatie, die door artiesten vaak worden opgezocht. En dat is meer dan eens tot heftige confrontaties gekomen. Maar toch kan de populaire cultuur niet zonder artiesten die de grenzen van het gevestigde opzoeken. De artiesten die de grenzen opzoeken zijn de verkenners van nieuwe terreinen die later door de rest gevolgd zullen worden. Om een voorbeeld te geven. Een artistiek buitengewoon brave band als Bon Jovi had zonder het grensverleggende werk van Motorhead waarschijnlijk niet bestaan. Motorhead zul je nog steeds niet op commerciële radiozenders horen. Maar veel artiesten die er wel te horen zijn hebben er invloed aan ontleend. In de filmindustrie zorgde in 1980 de film Spetters voor opschudding onder verschillende groepen in de samenleving. Ook critici zetten de film massaal weg als smakeloos. De film kwam enkel door een list in aanmerking voor subsidie. Bij het productiefonds voor de Nederlandse film werd een minder rauw scenario voorgehouden dat het daadwerkelijk zou worden. Toch wist deze film de veranderende tijdsgeest prima in te schatten. De film wordt tegenwoordig gezien als een typisch voorbeeld van het doemdenken in de jaren tachtig. Iets anders is de opkomst van nieuwe media die de belangen van gevestigde media in gevaar brengen. Zo pleitten kranten nog niet zo lang geleden voor een verbod op internetmedia door omroepen. Wat een site als Joop.nl zou verbieden. Dit terwijl de internetmedia de toekomst hebben.

In mijn verzameling beperk ik me niet slechts tot voorbeelden Nederland. Censuur is iets dat wereldwijd speelt en daarom mag er van mij in de Vrijdenkersruimte een plek zijn om dit onder de aandacht te brengen. Bovendien past een internationale blik bij een bijdrage van een D66 afdeling.

Daarmee komen we bij het eerste werk in mijn Vrijdenkersruimte. De Anti EP van de band Autechre. Dit muziekalbum kan gezien worden als een protest tegen de beruchte Criminal justice act die de conservatieve Britse regering in 1994 aannam. Naast mogelijkheden om activisten de mond te snoeren was de wet ook een middel om de opkomende cultuur van housefeesten aan banden te kunnen leggen. Housemuziek was een van de belangrijkste muzikale vernieuwingen van die tijd en bracht veel jonge mensen op de been. Maar in plaats van iets nieuws te omarmen grijpen veel conservatieve bestuurders graag naar middelen om dit de kop in te kunnen drukken. Mijn boodschap aan bestuurders is om nieuwe culturele fenomenen te koesteren en er mee in dialoog te gaan om er samen voor te zorgen dat iets ruimte krijgt. De hoes van de EP geeft aan dat wanneer de Criminal justice act wordt aangenomen, het beluisteren van de muziek een wetsovertreding is geworden omdat deze repetitieve beats bevat. Al probeert de band op de track “Flutter” met hun creativiteit de wet te omzeilen door geen enkele repetitieve beat meer te programmeren.

We blijven bij de muziekcultuur. In 2006 trok Madonna door Europa met een nieuwe tournee. Naast een artieste vooral een zakenvrouw. Toch blijft ze de randen opzoeken. Onderdeel van de show was een opvoering van de 80’s ballad Live to tell waarbij ze met een doornenkroon aan het kruis hing, met als doel het lot van Afrikaanse kinderen aan de kaak te stellen. De jongeren van de SGP zagen dit als godslastering. Daartoe trokken alle registers open om tot een verbod te komen. Kansloos maar toch ook kwalijk naar mijn mening. Op een bijbels verhaal rust geen moreel patent. Daarnaast moet je in een vrij land ook accepteren dat er wel eens cultuuruitingen zijn die niet met jouw overtuiging stroken. Je mag het smakeloos vinden maar het verbieden is
naar mijn idee geen optie.

We maken een sprongetje naar iets anders. Naar games. Games zijn al lang niet meer simpele computerprogramma’s om je verveling mee te bestrijden. Het is een nieuwe vorm van kunst aan het worden. Steeds meer worden het grootse verhalen waarbij de speler een onderdeel wordt van zijn eigen film. Een ontdekkingstocht in alle constructies die de programmeurs er in hebben verwerkt. Daarbij worden beeld, geluid en verhaal samengesmolten. Daar moeten echter ook nog elementen aan worden toegevoegd die de game leuke maken om te spelen. Een van de redenen dat ik een game heb uitgezocht is om deze ontwikkeling een duwtje in de rug te geven. Hierbij heb ik gekozen voor Manhunt 2, de meest omstreden game van het afgelopen decennium. Een buitengewoon gewelddadig spel. De PvdA riep in 2007 tot een verbod. Een algeheel verbod. Ik begrijp dat je dit spel niet door je kinderen wilt laten spelen. Maar we hebben het over volwassen mensen. Het is nergens bewezen dat gezonde volwassen mensen veranderen in gewelddadige psychopaten door het spelen van dit spel. Vanuit de liberale overtuiging hebben volwassen burgers voldoende relativeringsvermogen om de werkelijkheid van een game te onderscheiden van de echte werkelijkheid Censuur vanuit betutteling door de overheid is dan ook niet wenselijk en onnodig.

Het laatste item beslaat eigenlijk alle vormen van populaire cultuur. Het internet is sinds de jaren negentig een allesoverheersend medium geworden in de populaire cultuur. Veel cultuur zoals games, muziek en films worden dan ook uitgewisseld. Dat brengt gevestigde belangen in de wereld van entertainment in het nauw. Dat leidde er dan ook toe dat het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) verdrag werd ontworpen. Een verdrag dat overheden verregaande bevoegdheden geeft om in te grijpen in het internetverkeer. Een soort van structurele censuur die naar mijn mening te ver gaat om gevestigde belangen te beschermen. Het zou websites die digitaal materiaal zoals muziekbestanden uitwisselen criminaliseren. Daarmee is de cultuur absoluut niet gediend. Een van de verdiensten van het internet is geweest dat gebruikers zelf meer invloed krijgen op wat ze zien en horen. Ook kun je op een eenvoudige laagdrempelige manier anderen kennis laten maken met cultuur zonder van oude media afhankelijk te zijn. Gelukkig is de oppositie hevig. En herkenbaar aan de Guy Fawkes maskers uit de comic V for Vendetta die de tegendemonstranten dragen en die middels de Occupy beweging tot symbool van hedendaags protest is verworden. Een proces dat begint op de straat, en zelfs zijn weg naar het parlement weet te vinden: zo namen ook leden van het Poolse parlement het symbool van dit masker over. Dit beeld het ik gekozen als symbool van de strijd tegen censuur omwille van gevestigde belangen. De eerste variant van ACTA ging in de zomer naar de prullenbak. Maar de strijd is nog absoluut niet afgelopen.

De overheid zou zich in mijn overtuiging zo min mogelijk moeten bemoeien met de inhoud van cultuur of via welke media deze cultuur de mensen bereikt. De overheid zou slechts mogelijk moeten maken dat de samenleving ruimte biedt voor ontstaan en distributie van nieuwe cultuur. Door het garanderen van persvrijheid en vrij internet maar ook door de het bieden van platforms zoals de publieke omroepen of de musea.

Daarmee heb ik mijn bijdragen aan de Vrijdenkersruimte allemaal toegelicht. Ik denk dat dit duidelijk maakt hoe populaire cultuur al lang oploopt tegen krachten die het willen verbieden. En dat is onacceptabel want deze censuur zorgt voor een verstikkende werking. Je zou kunnen tegenwerpen dat deze krachten ook zorgen voor een voedingsbodem voor nieuwe cultuur en ze dus eigenlijk onmisbaar zijn. Maar daar ben ik het niet meer eens. Als D66’er vertrouw ik op eigen kracht van mensen en dus ook op die van kunstenaars. En daarom denk ik dat niemand censuur nodig heeft om te kunnen vernieuwen.