Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 11 april 2010

D66 Initiatief: "Niet slopen tenzij"

Betreft reactie initiatiefvoorstel D66 Niet slopen tenzij 
 

Geacht presidium, 

Gevraagd is een inhoudelijke reactie te verzorgen aangaande het initiatiefvoorstel van de fractie van D66 betreffende het voorstel om te komen tot een echt “niet slopen, tenzij” beleid. 

Het initiatiefvoorstel gaat nadrukkelijk in op het behoud van panden in de gemeente en het voorkomen van leegstand daarin. Wij onderschrijven van harte de intentie die in het initiatiefvoorstel is verwoord met gebruikmaking van het raadsbesluit uit 1999, waarin het beleid van de gemeente wordt verwoord in de nota “niet slopen, tenzij”. Hier wordt zo goed mogelijk invulling aan gegeven. Zo is als uitwerking van de nota monumentenbeleid Vitaal Verleden (2001) in 2006 een nieuwe monumentenverordening en in 2008 een cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Op basis hiervan wordt voortaan in bestemmingsplannen een afweging t.a.v. sloop geregeld (bijvoorbeeld in het ontwerp-bestemmingsplan De Bergen).   

Juist door het inzetten van het middel van een door het college jaarlijks vast te stellen slooplijst, wordt voorkomen dat panden gesloopt worden.

De daarin opgenomen categorisering laat het college de vrijheid om hierin te sturen. De principiële doelstelling is dan ook om te komen tot een integrale afweging van belangen bij hergebruik of mogelijke sloop. Dit met inachtneming van de cultuur-historische waarde, de economische waarde en duurzaamheid.

De gehanteerde indeling speelt hierin een ondergeschikte rol, maar kan gezien worden als hulpmiddel om verantwoord een afweging te kunnen maken.

Ingaand op de concrete voorstellen:

I Te komen tot een echt “niet slopen, tenzij” beleid door het aantal categorieën te verkleinen naar 2 te weten:

    I Tijdelijk gebruik doch niet slopen.

    I  Reeds besloten tot sloop.

     

Reactie namens het College:

Zoals hierboven geschetst, is het “niet slopen, tenzij” beleid erop gericht om te komen tot een integrale afweging om alvorens een besluit te nemen tot hergebruik, dan wel mogelijke sloop. Juist de verfijning in de gehanteerde categorieën biedt de mogelijkheid hier gedifferentieerd mee om te gaan.

II Omzetten van permanent gebruik naar tijdelijk gebruik gebeurt met het oogmerk nieuwe plannen te kunnen maken en uitvoeren, maar niet met het oogmerk te gaan voor sloop.

Reactie namens het College:

Het doel bij tijdelijk gebruik van panden is te komen tot het maken van nieuwe plannen en de uitvoering ervan. Dat betekent dat de gemeente structureel gebruik pas beëindigt als daar reden toe is. Bij nieuwe plannen en ontwikkelingen wordt naar de omgeving gekeken en ook naar de panden. Het is geen gemeentelijke doelstelling om te komen tot sloop, maar wel om (her)ontwikkeling mogelijk te maken. In deze afweging wordt ook de overweging meegenomen om panden in stand te houden, te transformeren dan wel alsnog tot sloop over te gaan. 
 

III Wanneer er besloten wordt tot sloop, moet dat onvermijdelijk zijn. Bovendien moeten de plannen beschikbaar zijn voor herontwikkeling en moet de sloop binnen een jaar plaatsgevonden hebben. Dit om verloedering tegen te gaan. Wanneer dit niet het geval is moet het object in categorie 1 geplaatst worden.

Reactie namens het College:

Het college onderschrijft de strekking van dit voorstel; indien tot sloop wordt dient de sloop in principe op zo kort mogelijke termijn te geschieden en vindt het daarom ook legitiem om het uitgangspunt van 1 jaar in principe te hanteren. Het volgen van een sloop procedure met daaraan gekoppeld het aantal vergunningen dat daarvoor nodig is, is in een aantal gevallen echter niet haalbaar in 1 jaar. Zeker in het licht van bezwaarprocedures is het niet altijd mogelijk binnen afzienbare termijn tot daadwerkelijke sloop over te gaan. Een zorgvuldige afweging van belangen moet ook hier gevolgd worden en in voorkomende gevallen kan dit leiden tot vertraging en tot een gemotiveerde afwijking van het uitgangspunt van 1 jaar. De mogelijkheid van het inzetten van tijdelijk verhuur zal in alle gevallen worden beoordeeld als instrument om verloedering tegen te gaan.  

IV Als gevolg van dit nieuwe beleid moeten alle objecten op de lijst die nu in categorieën II en III ingedeeld staan verplaatst worden naar de nieuwe categorie I Tijdelijk gebruik doch niet slopen. En alle objecten van de oude categorie 1 voor zover het gemeentelijke objecten zijn gaan in ieder geval naar de nieuwe

categorie I.

 

Reactie namens het College:

De huidige categorieën II en III bieden ons de mogelijkheid om ontwikkelingen over een aantal jaren heen te spreiden en te plannen. Ten aanzien van het gebruik van de panden betekent dit dat de huidige bestemming in stand blijft, maar waarbij in het kader van het beheer beoordeeld dient te worden hoe hier in de toekomst mee omgegaan moet worden. De huidige bestemming van de panden betekent in veel gevallen dat daar doorlopende huurcontracten geldig zijn en waarbij de bestemming en het gebruik niet strijdig zijn met de voorgenomen ontwikkelingen, ofwel er is geen aanleiding om het structurele gebruik te beëindigen. Dit kan pas over vele jaren actueel worden.

Op dit moment is er geen aanleiding om structureel gebruik te beëindigen en om te zetten in tijdelijk gebruik. Daarnaast biedt het huurrecht de gemeente voldoende houvast om hierin maatwerk oplossingen te bieden.  
 

V Om verloedering van vooral lege panden tegen te gaan, moet er een actief handhavingsbeleid ten aanzien van onderhoud zijn, als onderdeel van een algemeen actief handhavingsbeleid ten aanzien van onderhoud.

 

Reactie namens het College:

Indien de gemeente geconfronteerd wordt met leegstand van haar objecten, zal er altijd worden bezien op welke wijze het pand tijdelijk kan worden verhuurd. Aard van de verhuur (tijdelijk, antikraak, etc.) is daarbij uiteraard afhankelijk van het object zelf en het moment van herontwikkeling. In het uiterste geval wordt er een zogenaamde anti-kraak bezetting geregeld. Tevens wordt met enige regelmaat, afhankelijk van de mogelijke gebruiksduur, contact gezocht en gevonden met de Stichting Ruimte die panden kan huren voor het tijdelijk huisvesten van de creatieve industrie.

De gemeente is als eigenaar van de panden verantwoordelijk voor de veiligheid en het eigenarenonderhoud. Het onderhoudsbeleid en –handhaving zijn er dan ook op afgestemd om de gebouwen veilig te kunnen gebruiken, waarbij tevens de instandhouding van het object als uitgangspunt dient. Tijdelijk gebruik kan altijd verantwoord plaatsvinden.

Minder vat heeft de gemeente op panden die particulier eigendom zijn, maar ook hier zullen wij binnen de mogelijkheden en prioriteiten, zoals verwoord in de onlangs vastgestelde Speerpuntennota, instandhouding trachten te bevorderen, met name als het gaat om monumentale panden en uitzonderlijke situaties.    
 

VI  Verder moet er een actief beleid gevoerd worden om het tijdelijk gebruik van leegstaande panden te bevorderen.

 

Reactie namens het College:

Zoals hierboven beschreven is de termijn van het tijdelijk gebruik mede bepalend voor de functionele invulling van het tijdelijk gebruik. Altijd wordt getracht een goede tijdelijke invulling te verkrijgen waarbij in een aantal gevallen moet  worden volstaan met een anti-kraak bezetting. Zo is onlangs scouting ondergebracht in een tijdelijk leegstaand schoolgebouw. Ook wordt intensiever samengewerkt met de Stichting Ruimte die panden tijdelijk kan huren voor het huisvesten van de creatieve industrie. Ook hier staat een zorgvuldige afweging van tijdelijk gebruik en de mogelijke herontwikkeling voorop. 

VII  Als sluitstuk moet er een actief gemeentelijk vastgoedbeleid zijn om panden op te kopen.

 

Reactie namens het College:

De raad heeft op 20 oktober 2009 de actuele criteria vastgesteld voor verwerving van grond en gebouwen. De gemeente heeft zich niet ten doel gesteld om eigenaar te worden van gebouwen, maar wil de mogelijkheid wel benutten om te kunnen komen tot invulling van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Het vastgoed dient dan ook gezien te worden als een middel om het gewenste resultaat te bereiken. Het in eigendom hebben van vastgoed is geen doelstelling op zich. Zo is in het jaar 2009 Het Karregat verworven. Met de verwerving van Het Karregat is het mogelijk gebleken om het pand te renoveren en tevens te bereiken dat verschillende, voor de wijk noodzakelijke functies, gehuisvest kunnen worden.   

Tevens is het college op 16 juni 2009 akkoord gegaan met het voorstel betreffende de instandhouding van monumentale panden, revolving fund en Stadsherstel.

Daarmee is ingestemd met de werkwijze om ten aanzien van monumentale panden die geen gemeentelijk eigendom zijn een pro-actief beleid te voeren waarbij, binnen de bestaande kaders, onder andere het instrument strategische verwerving kan worden ingezet. Per object wordt, eventueel samen met partners in de stad, maatwerk geleverd in het zoeken naar gebruiks- en financieringsmogelijkheden.

Hierover is de raad door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd. 
 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Eindhoven  

M. Fiers, wethouder